Vanuit mijn stoel zag ik ’t gebeuren
want een natuurfilm trok mijn oog,
waarin de zon groeiend brandde
boven een gebied dor en droog.
In beeld verscheen met forse stappen
een vogel, zeer groot van postuur,
krachtige snavel, krom en puntig.
Zijn felle blik overzag alles heel secuur.
Met zekere stappen ging hij verder
door het hete zand, rechtstreeks naar ’t nest toe
waarin de jongen naar adem hapten.
Zo hulpeloos, ze waren doodmoe.
De grote vogel spreidde beschermend
al schuifelend, haar vleugels uit.
De jongen kropen blij daaronder,
maar dat was toch nog niet het besluit.
Ik zag de kuikens, die al halfvolwassen en
en te groot voor de knusse schuilplaats waren,
met schrandere kopjes wat ontdaan
er kinderlijk onderuit staren.
Toen gebeurde er iets – ik zal het nooit vergeten-
de brede staart werd wijd uitgespreid
als een zonnescherm, en kijk, de jongen
waren tegen wind en hitte in veiligheid.
Ontroerend bedacht ik: Zegt de Heer niet:
‘Kom, schuil nu maar bij Mij’?
‘Onder Mijn vleugels ben je veilig.
Ik behoed jou! Voel je vrij.’
Psalm 91: 4
Vrij vertaald uit het Fries door mevrouw G. Postuma
Jan en Yp geven de Schakel door aan fam. F. Luinstra