Zondag 31 mei 2026 PG Doezum
Meditatie: mw. Harjanne de Boer, Marum
Lezing: Exodus 3 : 1 - 6 en Johannes 3 : 1 – 16
Meditatie
Vandaag sluiten we met zondag Trinitatis, zondag drie-eenheid, de grote feesten af en naderen we de rustige
zomerperiode.
Deze zondag twee overbekende verhalen, van twee mannen die proberen te begrijpen wie God is en die
het voordeel hebben dat ze letterlijk dicht bij het vuur zitten. Zowel voor Mozes als voor
Nicodemus zullen deze ontmoetingen hun leven fundamenteel veranderen. Mozes wordt
van een op de vlucht zijnde moordenaar, de leider van zijn volk en Nicodemus zullen we
verderop in de bijbel tegenkomen als bescheiden pleitbezorger voor Jezus.
Twee overbekende verhalen, maar als we eerlijk zijn, ook twee verhalen die nogal ver van
ons bed vandaan zijn. Want ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb nog nooit voor een
brandend braambos gestaan om naar een stem te luisteren. Sterker nog, ik heb nog nooit
een stem uit de hemel gehoord die mij een bepaalde richting uit wees. Maar is dat erg?
Moet je per se een spectaculair verhaal te vertellen hebben over hoe je de Eeuwige hebt
ontmoet om voor vol te worden aangezien?
Ik begin met het verhaal van Mozes en zo nu en dan een uitstapje naar Nicodemus. Kort iets
over de voorgeschiedenis van Mozes.
Als kind bedreigd door de machtige farao, verzint zijn familie een list om de kleine jongen te
redden. In een mand wordt hij in het water gelaten en gevonden door de dochter van Farao.
Hij groeit op aan het hof in Egypte. Vervolgens slaat hij, stiekem, een mishandelende
Egyptenaar dood en moet uiteindelijk toch vluchten. In de woestijn trouwt hij met Zippora
en krijgt een zoon, Gersom. Dan zijn we dus al een generatie verder!
Ondertussen zucht zijn volk nog steeds onder de slavernij van de Egyptische farao.
Generaties groeien op zonder de vrijheid te proeven.
Blijkbaar zijn er ook in de bijbel periodes waarin God zich in stilte lijkt te hullen.
Waar de wereld doordraait en er een generatie mensen opgroeit in verdrukking......hoe
actueel... totdat....Mozes loopt met zijn schapen in de omgeving van de berg Horeb.
Als je de Bijbel een beetje kent, wordt je nu attent, want daar bij de Horeb wil God zich nogal
eens bekend maken. Mozes ziet een vreemd natuurverschijnsel en gaat erop af. Vuur is in de
oudheid een klassiek symbool van de aanwezigheid van God. Dan klinkt Mozes’ naam en in
alle eenvoud antwoordt hij: ik luister, letterlijk: hier ben ik!
Mozes hoort zijn naam. Hij vermoedt in het vuur de aanwezigheid van de Eeuwige en hij
weet wat hem te doen staat.
Als de Eeuwige je roept, je noemt bij je naam, hoef je niets meer te doen dan te zeggen: hier
ben ik! Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, Isaak en de God van Jacob. Het is
geen vreemde nieuwe God die Mozes aanspreekt, maar diegene die al generaties lang op
weg is met zijn volk, ook al was dat misschien helemaal niet zichtbaar in de jaren van
onderdrukking.
Op zijn blote voeten en met een bedekt gezicht nadert hij God en gaat in gesprek. Hier ben
ik. Eigenlijk geeft Mozes hier antwoord op de oervraag in de bijbel. Als God wandelt in de hof
van Eden vraagt hij: mens waar ben je?
Mens waar ben je? Natuurlijk horen de meesten van ons die vraag niet letterlijk uit de hemel
klinken. We zijn eerder, zoals Nicodemus, in gesprek met de Bijbel en elkaar, zoekend naar
antwoorden. En eerlijk, we snappen er vaak helemaal niets van, net zo min als Nicodemus.
Opnieuw geboren worden, van bovenaf geboren worden? Maar hoe dan? Mozes blijkt wel
te weten hoe dat moet. Hij zegt in alle eenvoud: Hier ben ik! Ik luister!
Hier sta ik met mijn kwetsbare geloof, overgeleverd door wie mij voorgingen. En vele
generaties na Mozes staan wij hier met ons geloof, omdat we blijkbaar nog steeds geraakt
worden door die oude verhalen, door die stem die vraagt: mens, waar ben je?
Ik vind het ontroerend dat er steeds weer mensen opstaan die een weg van geloven willen
gaan. Zelden hebben ze een stem uit de hemel gehoord, veel vaker hebben ze het van horen
zeggen. Mensen die ons voorgingen en ons vertelden over hoe geloof hen op de been hield,
hoe geloof hen inspireerde er voor de ander te zijn, mag ons de moed geven, te blijven
zoeken naar God.
Ook vandaag de dag komen we bij elkaar, vertellen de verhalen, houden de lofzang gaande,
soms tegen beter weten in, tegen alle stroom in, omdat we vermoeden dat ons leven wordt
gedragen, omdat de geest van Pinksteren ons ademruimte geeft.
Gods naam gaat niet ten onder. Altijd weer staan er mensen op die zich laten raken door de
verhalen, die in het spoor gaan van Mozes en Nicodemus. Tot op de dag van vandaag vertel-
len we aan elkaar hoe we de moed vinden om het leven te aanvaarden, met alles wat mooi
en goed is, maar ook met wat gebroken en pijnlijk is.
En midden in die verwarrende wereld, waar mensen elkaar het goede doen, maar ook
bedreigen, waar vrolijkheid en vreugde is, maar ook verdriet en onbegrijpelijk leed, waar
mensen elkaar naar het leven staan, blijken we niet los te kunnen komen van de Here God,
worden we opnieuw geboren.
Zou dat het geheim van het leven kunnen zijn?
Dat ons bestaan niet zinloos is, maar wordt gedragen door een geheim,
het geheim van Gods liefde? Ook al ervaren we het niet altijd, ook al horen we geen stem uit
het vuur, we vermoeden dat die liefde ons leven draagt en uiteindelijk sterker zal blijken,
dan alles wat dat leven bedreigt.
Van bovenaf geboren worden? Kan dat vandaag nog?